Gedetineerden

Van de ongeveer 2600 Nederlanders die over de hele wereld verspreid in buitenlandse gevangenissen zitten komt meer dan de helft oorspronkelijk niet uit Nederland. Zij zijn geboren en soms opgegroeid in de Nederlandse Antillen, Suriname, Indonesië, Marokko, Turkije en diverse Afrikaanse of Oost-Europese landen.

Ze hebben nu allemaal de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfsvergunning. Zij zijn – soms maar gedurende een beperkt aantal jaren – opgeleid in hun geboorteland; in de taal van hun moederland en binnen hun eigen cultuur. Een groot gedeelte kan nauwelijks de Nederlandse taal lezen en schrijven; een beroepsopleiding hebben ze bijna geen van alle gevolgd. Zij fungeren daardoor veelal aan de rand van de Nederlandse samenleving. 

Van degenen die wel in Nederland zijn geboren heeft de helft door verschillende oorzaken de basisschool niet naar behoren gevolgd en haalt het eindniveau niet. Zij hebben dan ook veelal geen beroepsopleiding gevolgd en met diploma afgerond. Het gevolg: een uitkering, flinke schulden. Daarnaast is er vaak ook sprake van een tekort aan sociale vaardigheden terwijl ook gedragsproblemen en onvermogen om ‘samen’ te leven een rol spelen.

Onder andere door middel van onderwijs en begeleiding kan hierin verandering ten goede worden bereikt.

Alleen al door de Nederlandse taal te beheersen, door basiseducatie en vaardigheidstrainingen, worden de kansen bij reďntegratie in de samenleving beter. De periode dat gedetineerden noodgedwongen vast zitten kan hiervoor prima worden gebruikt; dan heeft ‘zitten’ toch nog een positief en toekomstgericht effect. Zowel voor de gedetineerde zelf als voor de Nederlandse samenleving. Een geďntegreerde ex-gedetineerde die via inkomsten uit werk in eigen onderhoud voorziet is immers niet langer een zorg en bedreiging voor de burger?